|

|
Donderdag 12 juni 2008, Ankarana park naar Nosy be.
Vandaag vertrekken
we om 08:30 uur naar het tropische eiland Nosy be. Heb hier erg naar
uitgekeken na die fantastische dagen aan de kust bij Ifaty. Maar eerst
“douchen” en ontbijten. Het ontbijt is vandaag speciaal. Met sap en
croissants extra. Het afscheid van de keukenploeg. Ook wordt er
officieel afscheid genomen van de gidsen ofschoon er één meereist naar
de haven. We vertrekken mooi op tijd en als we gesetteld zijn begint de
± 4 uur duren trip naar de boot.
Het is een rustig tochtje we stoppen op
een mooi punt voor foto’s, een echt Afrikaans savanne landschap. De weg
wordt vervolgd, en we krijgen allerlei informatie van de gids Boris die
met ons meerijdt. In een stadje moet er getankt worden. Wij wandelen
over een drukke markt, de mensen zijn zeer vriendelijk. Er was zelfs een
ouder man die ons welkom heette in Madagaskar en ons een goede reis toe
wenst. “Bien venue a Madagaskar vahaza bon voyage”. Net buiten het
stadje stappen we weer in voor het laatste stukje N6, na de N6 vervolgen
we de weg over een slecht stuk weg. We stoppen bij een plantage. Ze
verbouwen er van alles door elkaar.
Zodat de planten van elkaar kunnen
profiteren. We zien koffie, cacao, bananen en ananas. De gids geeft
uitleg over van alles en nog wat. Leuk om te horen. De laatste lootjes
wegen het zwaarst, de weg blijft slecht, maar het landschap maakt veel
goed. We passeren lommerrijke plantages met mooie grote huizen, dorpjes
met rieten huisjes waar mensen stenen aan het kloppen zijn of andere
bezigheden hebben. Als we het gehobbel zat zijn komen we aan in de
haven. Een klein pleintje met verschillende uitbaters en een helling
naar het haventje. We eten de meegenomen lunch in een barretje en even
later is het bootje die ons naar Nosy be zal vervoeren gearriveerd.
Alles wordt ingeladen en de zeereis begint. Heerlijk de wind door je
haren en de kustlijn is mooi. Plotseling gilt iemand: Dolfijnen,
Dolfijnen. Er zwemmen en stuk of 6 dolfijnen naast het bootje. Iedereen
trekt zijn camera. Maar de dolfijntjes zijn snel vertrokken. Tegen
vieren bereiken we het haventje van Hell ville op Nose be. Het busje van
het hotel staat al klaar. Wel wat krap voor ons allemaal, maar het is
maar voor een half uurtje. We rijden door het stadje richting kust, om
aan te komen in het hotel Buchaneers. Een bijzonder trapsgewijs
aangelegd gebouw met kamers met rieten dakjes en houten veranda’s. Het
ziet er exotisch uit met overal houtsnijwerk en terrasjes met gordijnen.
En er is zelfs een zwembadje en een terrasje met hangmatjes. We krijgen
eerst kamer 14. Bianca een alleen reizende vrouw is echter niet tevreden
met haar kamer boven een terras. Zij krijgt de keuze voor een andere.
Deze is echter ook niet naar haar zin. Een etage met uitzicht op zee en
balkon. Het kost echter € 10,00 p/d meer. Ton ziet dat wel zitten en we
besluiten te ruilen. Dus nu zit we in kamer 17 vlak bij de bar en met
uitzicht op zee. We krijgen een half uurtje om op te knappen voordat het
excursie mannetje verschijnt. Je kunt hier verschillende bootreisjes
maken, waaronder eentje naar het eilandje Tankily waar je kunt
snorkelen. Dat lijkt ons wel wat en we boeken samen met een ander stel
voor morgen. De helft van de rest gaat overmorgen. We douchen en
vertrekken richting stadje. We lopen wat onwennig rond in het donker,
maar snel zien we de eerste restaurantjes. We zijn best moe en besluiten
bij het eerste restaurant te gaan eten. Het is overal reuze stil, het is
duidelijk buiten het seizoen. Het eten is heerlijk. Wel iets duurder als
we zijn gewend, maar voor Hollandse begrippen nog super goedkoop.
Voldaan nemen we nog een laatste cocktail en rollen onder de klamboe
voor de nacht.

|